BROCHURE VAKANTIE 2008

Brochure

TIEN RAADGEVINGEN OM ONZE TROETELDIEREN DOOR DE VAKANTIE HEEN TE HELPEN

DE ZOMER OP VIER POTEN

Er zijn niet alleen problemen, er zijn eigenlijk alleen maar oplossingen.
Deze zegswijze is ook van toepassing op de vakantie voor onze gevleugelde en vierpotige vrienden. De dierenbezitters, die hoe langer hoe beter zijn ingelicht, stellen vast dat weggaan met hun FELIX of BOBBIE niet zoveel voeten in de aarde heeft en dat zelfs al kunnen we ze niet meenemen, er heel wat formules bestaan om ons te helpen, gaande van het klassieke dierenpension tot de “au pair” vakanties.

Neem dit werkje, dat we zo volledig mogelijk trachtten te maken, rustig door en u zal zien, u kan uw vakantie zorgeloos doorbrengen.

Brochure1

Alvorens te vertrekken

Een bezoekje aan de dierenarts is zeker aan te bevelen. Dit is de gelegenheid om een gezondheidsbalans van uw dier op te maken, de nodige vaccins te laten toedienen, een behandeling tegen parasieten (teken en vlooien) en tegen wormen te voorzien en zijn gezondheidsboekje bij te werken.
Indien u BELGIE verlaat denk er dan aan de ambassade of het consulaat van het land waar u naartoe gaat te raadplegen, teneinde onaangenaamheden bij uw aankomst te vermijden. De dierenarts kent eveneens de verschillende reglementeringen en zal u bijstaan met de nodige raad zodat uw vakantie en deze van uw huisdier op optimale wijze zou verlopen.

Denk er ook aan uw dier te laten identificeren door een tatoeage of een electronische chip. Zorg er tevens voor dat er aan zijn halsband een plastieken of metalen kokertje hangt met daarin een papiertje waarop uw naam en uw vakantie-adres vermeld staat. Twee voorzorgsmaatregelen zijn altijd beter dan één enkele.

De reis

De vakantie, waar wij gestresseerde tweevoeters zo naar uitkijken, is al te vaak een beproeving voor onze vierpotige vrienden. Denk aan hen en wees vooruitziend.

In tegenstelling tot wat velen denken is reizen met een hond of een kat helemaal niet dramatisch. De familiewagen is zeker het meest praktische voertuig om uw hond, kat of vogel in kooi te vervoeren. De kat houdt eigenljik niet zo van reizen. Hij verkiest een vakantie zonder u, zolang hij maar thuis kan blijven. Indien u hem toch meeneemt zet hem dan op de achterbank. Maak het dier vast zodat het niet op de bestuurder kan springen. Indien het een erg gevoelige kat is, laat hem dan in zijn mand en geef hem een kalmeermiddeltje (in overleg met uw dierenarts) voor het vertrek.

De hond wordt eveneens achteraan gezet, vastgemaakt of achter een net of een metalen hekje, indien het voertuig zich daartoe leent. Steek hem, in godsnaam, niet in de koffer van de wagen, zelfs al zou deze op een kier geopend blijven.

Indien het dier zenuwachtig is of indien het de auto niet goed verdraagt, raadpleeg dan uw dierenarts die hem een kalmeermiddeltje of een anti-braakmiddel zal kunnen voorschrijven.

Laat dieren NOOIT achter in een wagen die in de zon staat, zelfs niet met op een kier geopende ramen ! De dieren zouden het slachtoffer kunnen worden van een zonneslag. Laat de auto steeds in de schaduw staan, of beter nog, laat het dier bij warm weder niet in de wagen.

In de auto reizen geeft dorst, vooral in de zomer. Geef de hond of de kat, voor zover hij dit wil, te drinken. Voorzie eveneens regelmatig een “plasjes-pauze”, al was het maar om de poten eens te strekken.

In de trein zal de kat in een rieten mand meereizen, wat een betere verluchting geeft en heel wat stabieler is dan plastieken reistassen. Laat hem af en toe eens uit zijn gevangenis.
De hond, aan de leiband, wordt enkel toegelaten in het compartiment als daar niemand anders aanwezig is. De muilband is in principe verplicht, maar wordt zelden gevraagd. Uit voorzorg neemt u er best wel één mee in uw bagage, vooral als u naar het buitenland reist.
Uw hond in de bagagewagon achterlaten is af te raden. Dit is een te zware beproeving. U kan beter met hem op de gang van de wagon blijven.
In het vliegtuig hebben enkel de kleine dieren toegang tot de cabine en dit slechts na akkoord van de boordcommandant. Teneinde zeker te zijn kan u beter inlichtingen inwinnen bij de luchtvaartmaatschappij, enige tijd voor uw vertrek.
De andere dieren reizen in speciale containers, die in het bagageruim worden gezet. Een goed neuroleptisch middel voor het vertrek is noodzakelijk, want deze manier van reizen is erg traumatiserend voor het dier. Vraag hiervoor raad aan uw dierenarts.

De grensovergang

Ga niet naar het buitenland alvorens navraag gedaan te hebben aangaande de voorwaarden die u dient te vervullen om het land binnen te mogen met dieren :
– duur van de eventuele quarantaine
– mogelijk verbod
– sanitaire controles
– noodzakelijke papieren

Denk tijdig aan de vaccins : het vaccineren tegen hondsdolheid, vereist in verschillende landen, is tevens verplicht voor de terugkeer naar BELGIE. De inenting moet ouder zijn dan één maand, maar minder dan één jaar. De herinneringsinenting wordt uitgevoerd voor de vervaldag van het laatste certificaat.
Een ander document dat aan de grens gevraagd wordt : een certificaat van goede gezondheid, dat 10 dagen geldig is (dit is het enige dat vereist wordt voor katten, jonger dan drie maand).

Het hotel

Raadpleeg voor uw vertrek de gids “Met dieren op reis”, of de Klébert-gids of de Michelin-gids. Daarin vindt u zeker een lijst van hotels, die voor dieren toegankelijk zijn. Storm een hotel niet binnen met hond, kat en kroost. U vindt gegarandeerd geen kamer.
Wees diplomatisch ! Ga voorop als verkenner, vraag naar de hotelbaas en wees overtuigend : uw hond is zachtaardig, proper en vooral stil. Uw kat reist met zijn eigen kattebak en heeft absoluut geen interesse voor gordijnen. Vergeet de kattebakvulling niet.

Eens u binnen bent laat u uw hond niet alleen in de kamer; de kans bestaat dat hij gaat janken of blaffen. Indien het dier, enigszins verstoord door de reis, toch enige schade zou veroorzaken, vertrek dan niet met de noorderzon ! Denk aan de dierenbezitters die nog na u komen. Probeer de schade zelf te herstellen of verwittig het personeel. Een royale fooi kan wonderen doen.

Het restaurant

Kies, indien mogelijk, voor een restaurant met terras. De honden voelen er zich beter en worden makkelijker aanvaard. Hou het dier aan de leiband en leer hem rustig onder de tafel te blijven liggen. Vraag een speciale kom om hem eten of drinken te geven.

Het dieet

Tijdens de vakantie zijn voedsel uit blik, kroketten of ander reeds klaargemaakt voedsel zeer handig, vooral als het dier dat al gewoon is.
Geef hem niet te veel eten, hij zal beter de vermoeidheid van de reis en van de klimaatswijziging verdragen.

Aan het strand

Neem vooraf inlichtingen i.v.m. stranden die voorbehouden zijn voor de dieren. Over het algemeen dienen ze aan de leiband gehouden te worden.
Alvorens een plaats op een camping te huren, neemt u best inlichtingen aangaande de reglementering betreffende de dieren.
Matig de eerste dagen de sportieve exploten van uw hond, vooral als hij dat niet gewoon is.
Laat hem niet vastgebonden achter in de volle zon !!
Opgelet met zeewater ! Als uw hond keien of andere dingen uit het water opraapt gaan er liters zeewater mee naar binnen, waardoor hij het gevaar loopt dysenterie te krijgen.
Neem uw kat niet mee naar het strand. Het brave dier haat dit en riskeert een zenuwinzinking. !

Het platteland

Geef de kat de tijd zich aan te passen aan het huis dat hij niet kent en wacht vijf tot zes dagen alvorens de tuindeur voor hem open te laten.
Laat uw hond niet ronddolen in de velden. Het is verboden en er zijn bovendien andere gevaren : vechten met andere honden uit de buurt, of zelfs het risico om op geweervuur onthaald te worden als zijn temperament hem ertoe zou aanzetten het kippenhok in de buurt een bezoekje te brengen.
De inenting tegen hondsdolheid is een absolute aanrader voor alle dieren die hun vakantie op het platteland doorbrengen.

De ongevalletjes in de zomer

Denk aan de teken, gevaarlijke parasieten die de piroplasmose, een zeer gevaarlijke ziekte, kunnen overbrengen. Doe de hond een antiparasieten-halsband om, voor zover hij deze verdraagt. Na de wandelingen doet u er best aan hals, oren, borst en schouders te onderzoeken, want daar zetten de teken zich het liefst vast.
Wanneer de hond mankt, kijk dan na of hij geen kwetsuren heeft of of er niets tussen zijn tenen of pootkussentjes zit.
Denk ook aan de adders in warme en rotsachtige streken. Ga niet op wandeltocht zonder een antigif-serum in een EHBO-tasje.
In geval van vergiftiging doet u het dier overgeven door het een zeer zoute wateroplossing te laten drinken. Noteer de symptomen en haast u naar een dierenarts.

Dierenpensions : kijk goed uit

En zet u onmiddellijk aan het zoeken. De goede instellingen zijn zeer snel vol en veel plaatsen zijn er ook weer niet. Tegen het tarief dat gevraagd wordt hebt u het recht veeleisend te zijn : vraag steeds om de lokalen te bezoeken. De boxen moeten proper en ruim zijn (zie onderstaande tabel) en voorzien zijn van een individuele plek waar de hond kan uitgelaten worden.

MINIMUMOPPERVLAKTE (m2) VOOR HONDENHOKKEN (1)
 

Schofthoogte
Aantal honden Kleiner dan 30 cm Kleiner dan 40 cm Kleiner dan 60 cm Kleiner dan 75 cm Groter dan 75 cm
1 1,5 2 3 5 7
2 2 2,5 4 7 10
3 2,5 3 6 10 12
4 3 4 8 12 18
5 4 5 12 20 24
6 5 6 18 25 40
7 6 7 25 42 50
8 8 12 30 50 65
9 10 15 34 60 80
10 12 20 38 70 95

(1) Indien honden van verschillende grootte samen worden gehouden, wordt voor de berekening van de minimumoppervlakte de schofthoogte van de grootste hond gehanteerd.

(Bron : koninklijk besluit van 17 februari 1997)

Voor wat de katten betreft moet de omheinde ruimte een minimum oppervlakte hebben van 1 m2 per kat met een minimum hoogte van 1m80 (bron : koninklijk besluit van 17 februari 1997). Water en voedsel moet vers en overvloedig voorhanden zijn. In een ernstige instelling moet u een fiche invullen waarop u de smaak en de gewoonten van het dier invult en men zal u om de inentingsbewijzen, en zelfs soms om een bewijs van goede gezondheid vragen. Dit laatste vormt eveneens een waarborg voor u.
Vergeet niet de mand van het dier mee te geven, alsook zijn deken en enkele speeltjes teneinde hij zich wat minder ontheemd zou voelen.
Geef ook uw vakantie-adres en een telefoonnummer waar men u in geval van nood kan bereiken.
Bel zelf ook eens naar het pension vanuit uw vakantiebestemming.
De dierenartsen bezitten lijsten van pensions of particulieren die dieren opvangen. OPGELET, zonder waarborg, want de dingen kunnen van jaar tot jaar evolueren.

De dierenpensions

Sommige mensen stellen voor dieren op te vangen tijdens de vakantie van hun baasje. U kan contact met hen opnemen door u onder meer te wenden tot de plaatsingsdienst van de Blauwe Wereldketen – Tel : 02/452 59 42.
Misschien zal u zelf ook deelnemen aan dit sympathiek netwerk voor wederzijdse hulp en uitwisseling.

Brochure2

De “dog” of “cat”-sitters

Iemand (student, oudere persoon, werkloze,…) kan zich tijdens uw afwezigheid komen ontfermen over uw woning en uw dieren. Dit is een zeer goede formule. U gaat in alle rust weg en uw “pet sitter” profiteert van een goedkoop verblijf elders. Vergeet evenwel niet reeds vooraf kennis te maken.
De gespecialiseerde organisaties die deze diensten aanbiedt zijn :
– Taxistop Brussel : 070/222 292
– Taxistop Vlaanderen : 070/222 292
– Taxistop Wallonië : 070/222 292
– Homesitting : 02/354 75 61
– Les Amis des Animaux : 067/64 80 87

Brochure3

Informeer goed van tevoren en vraag naar referenties van klanten. Elke degelijke organisatie zal hun adressen of telefoonnummers ongetwijfeld geven.

PRETTIGE VAKANTIE !!

HONDEN WELKOM

Een lezeres geeft ons de hieronderstaande informatie door, verschenen in een krant.
Mijn hond, Scoop, glimlachte al zijn tanden bloot, toen ik hem deze affiche, aangebracht aan de deur van een hotel in Scheveningen, een Hollandse badstad, had voorgelezen :
“De honden zijn welkom in dit etablissement omdat ze :
1. hun schoenen niet afvegen aan de gordijnen;
2. ze onze theelepeltjes niet verzamelen;
3. onze lakens en handdoeken niet meenemen als souvenirs;
4. niet in onze lavabo’s en bidets plassen;
5. ons enkel aangename klanten brengen!”

Brochure4

Brochure5

Onze gezelschapsdieren op reis: het Europees paspoort

Bij niet-commercieel verkeer van honden, katten en fretten tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap en vanuit andere landen, moet men een Europees paspoort (voor het intracommunautair verkeer) en een gezondheidscertificaat (voor het verkeer vanuit andere landen, tenzij deze aan de Commissie en aan de Lidstaten hebben meegedeeld dat het hun bedoeling is om het paspoort te gebruiken in de plaats van een certificaat) voegen bij deze dieren vanaf 3 juli 2004 en dit overeenkomstig het REGLEMENT (CE) Nr 998/2003 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 26 mei 2003 betreffende de voorwaarden van de gezondheidspolitie die van toepassing zijn op het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren, waarbij richtlijn 92/65/EG van de Raad wordt gewijzigd.

Voor wat betreft het intracommunautaire verkeer, zal het paspoort, dat afgeleverd wordt door een dierenarts, eruit zien als een boekje in blauwe kleur; het zal niet alleen dienen als bewijs van gezondheid maar ook als identificatiecertificaat. Het paspoort moet de gegevens vermelden betreffende de vaccinatie tegen rabies, maar het kan eveneens inlichtingen bevatten over andere vaccinaties en medische antecedenten van het dier. Het moet tevens toelaten om het dier duidelijk te identificeren.

Door dit paspoort is vrij verkeer van honden, katten en fretten binnen de Europese gemeenschap dus mogelijk. Er worden evenwel bijkomende voorwaarden gesteld voor alle verkeer naar Ierland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Deze drie landen eisen naast het bovenvermelde paspoort, ook titratie van antirabies antilichamen. Bepaalde Lidstaten die over specifieke regels beschikken in verband met de controle van echinococcose en teken, kunnen eisen dat de invoer van gezelschapsdieren binnen hun territorium voldoet aan dezelfde eisen.

De Lidstaten (met uitzondering, tenzij derogatie, van Ierland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) kunnen verkeer toelaten van een niet-gevaccineerde hond, kat of een fret als deze niet ouder is dan drie maanden, voor zover het dier vergezeld is van een paspoort en dat het sinds de geboorte verbleef op de plaats waar het geboren werd zonder dat er contact was met wilde dieren die waarschijnlijk blootsgesteld werden aan de infectie of dat het vergezeld is van de moeder waarvan het nog afhankelijk is.

Voor wat betreft het verkeer vanuit niet-Europese landen, zullen de dieren, naast het gezondheidscertificaat of het paspoort, onderworpen worden, al naargelang het niet-Europese land en het land van eindbestemming, aan een eenvoudige rabiesvaccinatie (voorbeeld 1: Zwitserland naar België; voorbeeld 2: niet-Europese land vrij van hondsdolheid (er werd een lijst opgesteld met landen al naargelang het betreffende niet-Europese land vooraf heeft aangetoond dat het vrij is van hondsdolheid naar België), hetzij bovendien aan een titrering van de antilichamen, alsook aan een behandeling tegen echinococcose en tegen teken (voorbeeld 1: Zwitserland naar het Verenigd Koninkrijk; voorbeeld 2: niet-Europese land niet vrij van hondsdolheid naar België), hetzij aan afzondering tenzij er een titrering van antilichamen tegen hondsdolheid en de behandeling van echinococcose en teken werden uitgevoerd (voorbeeld : niet-Europese landen niet vrij van hondsdolheid naar het Verenigd Koninkrijk).

In afwijking van de beslissingen 2003/803/EG en 2004/203/EG betreffende het certificaat tegen rabies, laten de Lidstaten niet-commercieel verkeer toe tussen de lidstaten en vanuit niet-Europese landen, van honden, katten en fretten die vergezeld zijn van een certificaat dat afwijkt van de modellen die door deze beslissingen werden vastgelegd, voor zover aan de volgende voorwaarden voldaan is :
a) afgeleverd zijn voor 3 juli 2004;
b) niet vervallen zijn, en,
c) de conformiteit attesteren met de voorwaarden die vastgelegd zijn door deze wetgeving (EG) Nr 998/2003.
Het Verenigd Koninklijk, Ierland en Zweden mogen evenwel hun nationale voorwaarden, toepasselijk vanaf 3 juli 2004, voor wat betreft de erkenning van de echtverklaring tegen hondsdolheid, behouden.

De paspoorten kunnen bekomen worden vanaf 1ste oktober 2004 bij uw dierenarts in samenwerking met het ABIEC (BVIRH) (www.abiec-bvirh.be). Wij raden u dus aan om uw dierenarts te consulteren.

DE PENSIONS

Enkele vragen die men zich moet stellen teneinde goed geïnformeerd te zijn:
o Hoeveel dieren kunnen er ondergebracht worden?
o Wordt er een controle gedaan door een dierenarts?
o Wordt er een inentingsbewijs vereist?
o Beschikt men over individuele boxen?
Zo, niet hoeveel dieren per box?
o Beschikt men over verwarming voor de dieren?
o Is er een wandelparcours?
o Welk type voeding krijgen de pensiongasten?
o Hoeveel wordt er gevraagd voor:
een kat?
een kleine hond?
een grote hond?