Rechten van het dier

Universele verklaring van de rechten van het dier.

 

Voorwoord:


Overwegende dat het leven enig is en dat alle levende wezens een gemeenschappelijke oorsprong hebben die zich in de loop van de ontwikkeling der soorten heeft gedifferentieerd,
Overwegende dat alle levende wezens natuurlijke rechten bezitten en dat elk dier voorzien van een zenuwstelsel bijzondere rechten bezit,
Overwegende dat het misprijzen of zelfs het eenvoudig ontkennen van deze natuurlijke rechten een zware schending van de Natuur betekent en de mens ertoe brengt misdaden te plegen ten overstaan van de dieren,
Overwegende dat de coëxistentie van de soorten in de wereld een erkenning door het mensenras inhoudt van het recht op bestaan van de andere diersoorten,
Overwegende dat de eerbied voor de dieren door de mens onafscheidelijk is van de eerbied van de mensen onderling,

 

wordt afgekondigt wat volgt:

 

 

Artikel 1
  • Alle dieren hebben gelijke rechten op bestaan in een kader van biologisch evenwicht.
  • Deze gelijkheid verhult geenszins de verscheidenheid van de soorten en de individuen.
Artikel 2
  • Elk dierenleven heeft recht op eerbied.
Artikel 3
  • Geen enkel dier mag onderworpen worden aan slechte behandeling of aan wreedheden.
  • Indien het doden van een dier nodig is, dan moet dit onmiddellijk, pijnloos en zonder het verwekken van angst gebeuren.
  • Het dode dier moet met eerbied behandeld worden.
Artikel 4
  • Het wilde dier heeft recht op vrijheid, in zijn natuurlijk milieu te leven en er zich voort te planten.
  • Het verlengd beroven van zijn vrijheid, de jacht en de visvangst als vrijetijdsbesteding, evenals elk gebruik van het wilde dier voor andere dan vitale doeleinden, zijn tegenstrijdig met dit recht.
Artikel 5
  • Het dier dat afhankelijk is van de mens heeft recht op onderhoud en degelijke verzorging.
  • Het mag in geen enkel geval achtergelaten of op ongerechtvaardigde wijze ter dood gebracht worden.
  • Elke vorm van kweken en gebruik van het dier moet de fysiologie en het gedrag, eigen aan de soort, eerbiedigen.
  • Tentoonstellingen, spektakels, films die gebruik maken van dieren moeten eveneens hun waardigheid eerbiedigen en mogen geen geweld inhouden.
Artikel 6
  • Proefnemingen op dieren die fysische of psychische pijn inhouden schenden de rechten van het dier.
  • De vervangingsmethodes moeten ontwikkeld en systematisch in gebruik genomen worden.
Artikel 7
  • Iedere daad, die zonder noodzaak de dood van een dier veroorzaakt en elke beslissing die hiertoe leidt, betekent een misdaad tegen het leven.
Artikel 8
  • Elke daad die het overleven van een wilde soort bedreigt, en elke beslissing die naar zo’n daad leidt, betekent een genocide, dit wil zeggen een misdaad tegen de soort.
  • Het afslachten van wilde dieren, de vervuiling en de vernietiging van de biotopen, worden beschouwd als een genocide.
Artikel 9
  • De rechtspersoonlijkheid van het dier en zijn rechten moeten bij wet erkend worden.
  • De verdediging en de bescherming van het dier moeten vertegenwoordigers hebben binnen de regeringen.
Artikel 10
  • De opvoeding en het openbaar onderwijs moeten de mens ertoe brengen, van kindsbeen af dieren te observeren, te begrijpen en te eerbiedigen.

 

 

 

De universele Verklaring van de Rechten van het Dier werd plechtig verkondigd te PARIJS op 15 oktober 1978, in het huis van de UNESCO.

Haar tekst werd in 1989 nagekeken door de Internationale Liga voor de Rechten van het Dier. Hij werd in 1990 overgemaakt aan de directeur-generaal van de UNESCO en hetzelfde jaar openbaar gemaakt.

De vorige tekst werd in 1977 gepubliceerd.

 

Verklaring van de jonge dierenvrienden.
boydog

  1. Alle dieren hebben, zoals ik, het recht te leven en gelukkig te zijn.
  2. Ik zal het dier, dat met mij leeft, nooit in de steek laten : ik zou ook niet willen dat mijn ouders mij in de steek lieten.
  3. Ik zal de dieren geen pijn doen : zij lijden zoals de mensen.
  4. Ik zal de dieren niet doden : zij lijden zoals de mensen.
  5. De dieren hebben, net zoals ik, het recht vrij te leven : circussen en dierentuinen zijn gevangenissen voor de dieren.
  6. Ik zal leren de dieren waar te nemen, ze te begrijpen en te waarderen : zij zullen mij zo leren de natuur en het leven te eerbiedigen.

(Londen 21-23/9/1977)